Stokroosstraat
mijn pleegvader had wist ik niet.
Ik kende alleen die broer van het Witte Dorp
en tante Mien een oudere zus van hem
bij wie we daarna introkken.
Zij woonde met haar twaalf kinderen
in de Stokroosstraat op Zuid.
Haar man zat op de wilde vaart
en kwam maar een keer per jaar thuis.
had een voor, tussen en achterkamer,
w.c., een keukentje en een zolderkamer.
Wij kregen met ons vieren de voorkamer.
Tante Mien sliep met tien van haar kinderen
in de tussenkamer als sardientjes in een blik.
De oudste zoon had de kamer op zolder
en het jongste kind, dat niet helemaal goed was,
lag meestal in een ledikantje in de achterkamer.
Daar stond ook een tafel met stoelen
waaraan bij toebeurt gegeten werd.
Op vrijdag werd de wasteil van de zolder
gehaald, voor het wekelijks bad.
want we konden op zoek naar een eigen huis,
de huurvergunning was toegewezen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten