Pages

26/04/2026

Twee gedichten - Tōzaburō Ono (Fujisaburō Ono)

Originele titels: Sanchō kara en Ningen no tochi
Tōzaburō Ono (Fujisaburō Ono)
[1903-1996]
Vertaling: Hans van den Bos
 


Vanaf de bergtop
 
Als je de berg beklimt,
stijgt de zee tot aan de hemel.
Beneden tussen het golvende groen
van jonge bladeren,
klinkt zachtjes de roep van een koekoek.
Als je zo hoog staat en de wind voelt,
denk je vanzelf aan de wijdsheid van de wereld.
Ik houd mijn hand voor mijn mond,
want ik heb de neiging iets naar beneden te roepen.
In mei zijn de bergen oogverblindend helder.
Heb je ooit de horizon gezien,
in de vorm van een grote blauwe boog
boven de bergtoppen?
 
 
Land van de mens
 
Een lichtje flikkerde in de avondmist,
op de uitgestrekte zee van Musashino.
 
Het was genoeg om ons hoop te geven.
 
Meer dan tien jaar geleden was het een soortgelijke avond.
Ik stond op het perron van de Tobu Tojo-lijn in Ikebukuro,
gekleed in dezelfde reiskleding.
 
Een jaar van dood en duisternis.
Ik keek om me heen, maar er was niemand.
Ik riep luid, maar niemand antwoordde.
 
Tokyo was stil, en al mijn vrienden,
al mijn metgezellen,
al mijn kennissen waren verdwenen,
hun lot onbekend.
 
Ik heb het gevoel, dat ik dat lichtje,
dat plotseling flikkerde in de avondmist,
toen al zag.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten