Pages

04/03/2026

Drie gedichten


I.

De schippersknecht
 
Op 18 oktober 1951 lag de Wisand, een aak
op stroom, dichtbij het Mallegat op de Maas
in Rotterdam, te wachten op een sleepboot
om terug te gaan naar het Roergebied
voor een nieuwe lading kolen.

De knecht was het dek aan het spoelen
en putte water met een emmer aan een touw.
Hij woonde op het schip in het vooronder,
samen met zijn vrouw, die zes maanden
zwanger was en hun drie jaar oude zoontje.
 
Terwijl hij de emmer terug in de rivier liet zakken
verloor hij zijn evenwicht en viel overboord.
Zijn zoontje speelde op dat moment op het dak
van de dekhut, waar de schipper en zijn vrouw woonden
 
Na achttien dagen tevergeefs stroomafwaarts zoeken,
vond de rivierpolitie hem onder het schip, vrijwel precies
op dezelfde plek waar hij was gevallen,
met het touw van de emmer nog om zijn hand gewikkeld.
 
In 1958 kreeg het zoontje te vergeefs
zwemles van school, in het drijvende zwembad
vlakbij de plek waar hij zijn vader had zien verdrinken.


II.

Tijdelijk
 
Nog voor zijn vader in de rivier gevonden was
moesten zij van het schip, want een nieuwe knecht
kwam in het vooronder. Zij trokken in bij zijn grootouders
op de Persoonshaven, een huis van  begin 20st eeuw.
 
Op de begane grond was een autohandel in tweedehands auto's.
De eerste verdieping werd bewoond door een vrouw zonder kinderen,
wiens man op zee zat. Zij was bevriend met zijn moeder,
hij moest haar tante Alie noemen.
 
Op de tweede woonden zijn moeder’s ouders en op de derde
een keurige man alleen, die altijd in kostuum naar zijn werk ging.
De zolder, onder het schuine dak, waren drie hokken van latwerk
waar de bewoners hun kolenvoorraad opsloegen.
Aan de voorkant was een kamertje, dat gebruikt werd
door de man van de derde en achter was hun kamertje
met een tweepersoons ledikant, een tafel plus twee stoelen
en een wieg voor de baby.
 
De etage van zijn grootouders had een  voor-, tussen- en achterkamer
met een keukentje. De achterkamer, waar de dag werd doorgebracht,
had een grote kast, de vroegere bedstee, vol kleding
en een grote Keulse pot met gezouten spek van Flakkee.
In de tussenkamer, aan beide kanten ingesloten door grote schuifdeuren,
stond het bed waarin hij vier jaar geleden ter wereld was gekomen
en zijn zusje binnenkort geboren zou worden.
 
De voorkamer, waar zijn vader opgebaard heeft gelegen,
was de mooie kamer. Hij mocht er alleen komen als zijn oma erbij was,
omdat daar haar goeie spullen stonden.
Hij kwam graag in die kamer, want staande in de erker
kon je in de verte de rivier zien met de sleepboten
en rijnaken, die af en aan voerden.


III.


Liefde op het eerste gezicht
 
Met haar weduwepensioentje
kon zij een huis voor zichzelf
en haar kinderen vergeten.
Een opleiding had zij,
op twee jaar huishoudschool na,
nooit gevolgd.
Er zat niets anders op
dan een man te vinden,
die haar en haar kinderen
wilde onderhouden.
 
Jonge vrouw, negenentwintig jaar,
weduwe met twee kinderen, zoekt
kennismaking met man van gelijke leeftijd,
met het oog op een vaste relatie.
 
Zo'n advertentie plaatste zij,
op advies van haar vriendin,
in een locale krant, want
het inwonen bij haar ouders,
was een uitzichtloze situatie.
Een brief, een onverwachte reactie,
hij zesentwintig jaar oud, kwam uit
het oosten van de stad en woonde
nog bij zijn moeder, die lid was
van het Leger des Heils.
Waarschijnlijk liefde op
het eerste gezicht, want korte
tijd later waren zij getrouwd.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.